Copy
MUSEUM GESLOTEN MAAR NIET OP SLOT

Zoals bekend is het museum voorlopig gesloten. Alle vrijwilligers van de Locht missen het museum, de bezoekers en elkaar.
Zolang als het museum gesloten is vertellen vrijwilligers elkaar verhalen via e-mail, verhalen over het leven van toen, op het Noord-Limburgse platteland en het heden tot en met de moderne agri-business.

Bij een museum horen verhalen. Wij vertellen u graag enkele van deze verhalen.
Deze aflevering: vier verhalen over vasten en de paastijd. 

* Het haantje
* Vastenpot
* De pelicaan
Het haantje

Op de zondag vóór Pasen (Palmzondag) mogen kinderen een palmhöltje versieren en bovenop voorzien van een broodhaantje. Dit haantje zou verwijzen naar het verraad van Petrus. Hij ontkende tot driemaal toe tot de volgelingen van Christus te behoren waarna, (zoals voorspeld) een haan begon te kraaien.

Volgens anderen moet de verklaring voor het haantje gezocht worden in de oud-Germaanse mythologie. In die mythologie speelt de Ygdrasyl (de “Levensboom") een belangrijke rol. Deze boom( die we bij oudere huizen in gietijzer nog aantreffen boven de voordeur) wordt bevolkt door allerlei wezens. Eén daarvan is een haantje : Gullikambi of Goudkam. Hij woont boven in de Levensboom en overziet van daar af alles.

Dit haantje vinden we in onze tijd nog terug als haantje op de kerktoren en…jawel ook als haantje op een palmstokje.

Theo Spronk
Vastenpot

De vastentijd. In o.a. het katholieke geloof werd deze tijd gebruikt voor een stukje bezinning, omdat Christus geleden had voor onze “zonden”. Wij moesten ook wat doen in die tijd. Vasten was het devies. Dus de volwassenen aten wat minder dan normaal, tweederde van wat je gewend was om te eten.

Op vrijdag werd er geen vlees gegeten. Trouwens het gehele jaar door werd er op vrijdag geen vlees gegeten. Bij ons thuis kwam dat neer op een haring in het zuur op vrijdag. Bepaalde zware beroepen waren vrijgesteld van het vasten. Wat deden de kinderen? Niet snoepen. Nou werd bij ons thuis toch al niet veel gesnoept. Hooguit een of twee snoepjes per week als de bakker kwam en op zondag een sinaasappel. We waren met zes kinderen bij ons thuis. Mijn ouders vonden dat de middenstand geholpen moest worden. Dus er kwamen drie bakkers door de week. Ook al moesten ze met hun bakfiets 4 km over een zanderige binnenweg. Wij kregen allemaal een groot inmaakglas en daar ging het snoep in. Nou, wij kregen nooit zoveel snoep als in de vasten. Als de bakker kwam, dan vroeg hij: wil je een snoepje? Doe je het in de vastenpot? Dan kregen we allemaal wat extra. Op zondag werd de sinaasappel verruild voor een lolly of reep Kwatta. Het zilverpapier hiervan werd gespaard voor de arme kinderen in de missie.

Wij bewaarden de snoepjes de gehele vasten en aten er echt niet van. Alleen keken we vaak naar die pot, met de kleurige snoepjes. Op zondag mochten we ze tellen. Zaten we met z’n zessen aan tafel en stiekem schuin kijken of er iemand misschien een paar snoepjes meer had. Was misschien bij de buurvrouw geweest of had een boodschap moeten doen. Iedere zondag weer de zuurtjes en andere zoetigheden tellen, die door de weken heen steeds plakkeriger werden van onze warme handjes. Later zaten de zuurtjes als brokken aan elkaar. Als op Paaszaterdag de klokken van Rome terugkwamen om 12.00 uur, dan mocht de vastenpot open. Dan hadden wij onze boete gedaan en konden we uitbundig snoepen.

Heeft het zin gehad? Ik denk dat het goed was, en dat we er iets mee geleerd hebben. Het iets niet mogen hebben, als je graag wilde en er ook vanaf blijven. Het bracht ons wat discipline bij . En wat doe ik nu: Ik snoep niet in de vasten, doe alles in de vastenpot en nodig mijn kleinkinderen met Pasen uit om samen de pot te “lichten”.

Jan Huys
De pelikaan

SYMBOOL VAN CHRISTUS’S LIJDEN EN OPSTANDING

Tijdens het opruimen van oudere fotobestanden kwam ik een foto tegen van een kazuivel, dat een paar jaar geleden deel uitmaakte van een processie-expositie in het textielpaviljoen van Openluchtmuseum de Locht, Op de rugzijde van het kazuivel is een rijk versierde vogel geborduurd. (zie foto). Het gaat daarbij om een pelikaan met daaronder een viertal jonge pelikaantjes.

Het bijbehorende verhaal luidt als volgt: Moeder-pelikaan heeft zich kwaad gemaakt op de jonge pelikaantjes die maar niet willen luisteren. Om ze tot de orde te roepen geeft ze die vlegels een flinke mep met haar vleugels. Daarbij worden die jonge pelikaantjes per ongeluk gedood, tot groot verdriet van de moeder, die zich daarop drie dagen lang tot bloedens toe in de borst pikt. Het bloed drupt op de jongen, die daardoor weer tot leven komen.

Daarmee is de pelikaan een symbool geworden voor het lijden van Christus en de opstanding na 3 dagen. Zoals het bloed van de moederpelikaan nieuw leven brengt voor haar jongen, zo brengt het bloed van Christus nieuw leven voor de mensen.

Theo Spronk
Ga voor meer verhalen
en voor een abonnement op de verhalenbrief
naar de website:
VERHALEN
Openluchtmuseum de Locht Broekhuizerdijk 16d 5962 NM Melderslo
Open: april t/m oktober 10.00 u. - 17.00 u.;
november t/m maart woensdag , zaterdag, zondag 10.00 u. - 17.00 u.
T 077-3987320 (best bereikbaar van 09.00 tot 12.00 u.)
info@delocht.nl - www.delocht.nl/