Copy
HET MUSEUM GAAT BINNENKORT WEER OPEN

Woensdag 17 juni gaat het museum weer open. Dat is goed nieuws! In het weekend van 13 juni gaan we proefdraaien met onze eigen vrijwilligers.
Voorlopig zijn we alleen open op woensdag- zaterdag- en zondagmiddag. Bezoekers worden geacht vooraf te reserveren, dat kan telefonisch of via de website. Op die manier kunnen we het aantal bezoekers volgens de voorschriften reguleren.

Deze bescheiden gastvrijheid heeft alles te maken met het gegeven dat veel vrijwilligers behoren tot de risicogroep als het gaat om covid-19. We zullen het ermee moeten doen, want wij willen dat geen enkele vrijwilliger en geen enkele bezoeker het risico loopt om besmet te worden met het coronavirus.
Meer informatie vindt u binnenkort op de website.

En tot die tijd blijven de vrijwilligers elkaar verhalen vertellen. Wij vertellen u graag enkele van deze verhalen. Onze vrijwilligers hebben onderstaande verhalen al eerder mogen ontvangen.
Deze aflevering bevat weer drie mooie verhalen. 
1. Kiosk
2. De heiligenreis
3. De hondenkarn
Kiosk

Op het binnenterrein naast het terras staat een prachtige kiosk. Dit fraaie onderkomen voor muziekgroepen en koren voor openbaar optreden, stond jaren geleden nog in het centrum van Horst. Men wilde er van af ten behoeve van een betere en modernere inrichting van het plein. De kiosk is gedemonteerd door Jan Hoeijmakers en weer opgebouwd op het terrein van ons museum.

Het woord ‘kiosk’ komt uit het Perzisch en is via het Frans tot ons gekomen. Van oorsprong was een kiosk een heel sjiek tuinpaviljoen, dat aan meerdere zijden open was. Vooral in Engelse parken waren ze te vinden. Rijke en deftige lieden konden er van hun tuin genieten met een kopje thee en zoetigheden.

Tegen het einde van de 19e eeuw worden deze paviljoens gebruikt voor het optreden van artiesten en musici. In Engeland heet de kiosk dan ook een ‘bandstand’. Deze muziekkoepels of muziekkiosken worden opgericht op pleinen en centra van vele dorpen en steden in Nederland en België. Op een foto van het bevrijdingsfeest in 1945 op de Dam in Amsterdam is een mooie kiosk te zien!

De kiosken werden vooral populair omdat het een soort openbaar theatertje of concertzaaltje werd. Sinds het begin van de 20e eeuw ontstond in de meeste dorpen een harmonie of fanfare. De muziekgezelschappen ontstonden in het katholieke deel van het land vaak uit het kerkkoor en werden bijvoorbeeld ingezet om processies te begeleiden.

Op zondagmiddag klonk er in het dorp blaasmuziek van de plaatselijke fanfare. De kiosk was een uitstekend platform. Men stond er hoog en droog. De kiosk werd zelfs een statussymbool voor het dorp. Het repertoire werd steeds beter naarmate de fanfare of harmonie meer publiek kreeg. Maar ook rivaliteit tussen de dorpen op het platteland in onze regio was een sterke stimulans voor verbetering van de kwaliteit van de muziek. Vanaf 1951 was er het Wereld Muziek Concours in Zuid Limburg, het hoogtepunt van de amateurmuziek van harmonie en fanfare.

Zonder de kiosk was het zo ver misschien niet gekomen.

Gérard Achten (vrij bewerkt)
De heiligenreis

Ook in onze regio zijn na de tweede wereldoorlog veel mensen geëmigreerd. De economie lag destijds op zijn gat en de dreiging van weer een oorlog was reëel. De tweede wereldoorlog had veel leed gebracht, ook hier.

Ik herinner me het verhaal nog dat drie van mijn ooms opgepakt werden voor dwangarbeid in Duitsland. Onderweg werd de trein door de geallieerden beschoten, waardoor sommigen, waaronder mijn ooms Wiel en Joep Wijnen konden ontsnappen. Han Wijnen (de jongste) lukte dat ook, maar werd korte tijd later weer opgepakt en afgevoerd naar Wupperthal, waar hij tewerkgesteld werd. Ze zijn uiteindelijk gelukkig weer allemaal thuis gekomen. Er was geen telefoon, zodat je even kon bellen waar iedereen was, dus men verkeerde in het totale ongewisse.

Op mijn vraag hoe oma (zij was al sinds 1939 weduwe) hiermee omging zei mijn moeder: oma zei altijd: “d’n Heer zorgt er wel voor dat ze terug komen”. Een onvoorwaardelijk geloof hielp de mensen destijds, om door deze periode heen. Na de oorlog besloten Han Wijnen en zijn vrouw Grada van de Munckhof de grote stap te wagen en naar Australië te gaan. Ze wisten waarschijnlijk nog maar half waar dat land lag en wat hun daar te wachten stond. Ook de Engelse taal beheersten ze maar zeer beperkt. Toch durfden ze met vele anderen uit deze regio de stap in het ongewisse aan.

Wat ook mee ging op de reis waren een groot Heilighart- en Mariabeeld, beide gekregen van Han zijn moeder. Moeder dacht waarschijnlijk, dat deze beelden hen er altijd aan zouden herinneren, dat ze vroom moesten blijven, ook in den vreemde. Uiteindelijk belandden ze in de buurt van Melbourne waar ze samen een aannemersbedrijfje runden. Wel bleven ze jammer genoeg kinderloos.

Wij zijn er net zoals veel andere familieleden een paar keer op bezoek geweest en werden er echt in de watten gelegd. Elke keer viel me de prominente plaats van de heiligenbeelden in huis op. Ze waren nog steeds diep gelovig, dus was zijn moeders wens uitgekomen. In 2007 wilde Oom Han terug naar Limburg, ook omdat tante inmiddels een ernstige vorm van Alzheimer had. Alléén reizen ging niet meer, vandaar dat wij hen tijdens deze reis begeleid hebben. Ook de beelden gingen mee en als eerste de verhuiskist in, om na meer dan 50 jaar weer terug naar huis te gaan.

Oom en tante hebben nog wat jaren hier kunnen wonen. Tante later weliswaar in het verpleegtehuis want thuis wonen ging niet meer. Oom Han ging nog elke week trouw naar zijn geboortehuis, waar mijn moeder (zijn zuster) nog woonde. Daar is hij na een bezoek en de woorden “hoije Marie” ten val gekomen en een paar dagen later overleden. Ook tante is enige jaren later overleden. Oom zijn as is uitgestrooid bij zijn ouderlijk huis in Melderslo, die van tante bij haar ouderlijk huis op de Zwarte Plak in America. Zo zijn ze beiden weer thuis, samen met de beelden.

Na hun overlijden hebben wij de beelden gekregen die nu een prominente plaats in ons huis hebben.

Twan en Nell Hoeijmakers

De hondenkarn

Iedereen kent wel de hondenkarn die onder het afdak staat bij het zuivelhuisje. Hoe werkte die? In de houten karnton werd aangezuurde melk gedaan. De rende in het grote wiel en na ongeveer 20 minuten kwam de boter boven drijven in de karnton. Deze werd dan met een schuimspaan afgeschept. De hond kreeg een beloning of mocht misschien ook de deksel van de karn aflikken.

Dit apparaat past bij het museum omdat zulke toestellen begin vorige eeuw doorgaans op grotere boerderijen in de buurt in gebruik waren. Zo vertelde mijn vader over de grote karn op de Witveldhoeve. Boer Piet Vullings had een grote hond die in de karn liep en die ook voor de hondenkar gespannen werd.

Ook Stiena Beerkens, oud vrijwilligster, vertelde meermalen dat er een hondenkarn stond op boerderij Het Kasteeltje, haar voormalig woonhuis op de Gun in Swolgen. Onze karn is in gebruik geweest op een boerderij in de omgeving van Susteren. Ook is bekend dat er over de grens in Duitsland begin vorige eeuw vraag en aanbod was van “butterhunden”.

Bezoekers merken wel eens op dat zoiets niet meer zal mogen van de dierenbescherming. Maar was het zo’n dieronvriendelijk werk? Een getrainde hond had er waarschijnlijk minder moeite mee dan op straat een zwaar geladen hondenkar trekken over slechte wegen.

Ik heb de hondenkarn een keer uitgeprobeerd met de herdershond van voormalig directeur van het museum, Jos de Kunder. Jos had altijd een herdershond bij zich, een zwerfhond die hij in het bos had opgepikt en had geadopteerd. De hond zat dikwijls bij hem op kantoor. Hij voelde zich daar wel thuis bij zijn baas. Wanneer iemand het kantoor binnen kwam sprong hij wild op. Ik heb hem wel vaak zien bijten, maar dit was altijd op een stuk hout.

Op een dag kreeg ik het idee om hem in de grote karn te laten lopen. Hij liep braaf met mee naar de karn en ik liet hem door het deurtje naar binnen. Tot zover ging het goed. Maar zodra ik de karn aanstuurde sprong hij jankend naar boven en worstelde zich over de horizontale balk naar buiten. Hij kwam zelfs even klem te zitten, maar dat liep goed af. Ik had al wel gedacht dat ik niet veel kans van slagen zou hebben met deze hond. Zoiets moet van jongs af aan geleerd worden.

Na dat avontuur liep de hond altijd met een grote boog om mij heen en keek mij schichtig aan. Hij bleef ook ver weg uit de buurt van dat grote draaiende apparaat!

Piet Lenssen

Ga voor meer verhalen
en voor een abonnement op de verhalenbrief
naar de website:
VERHALEN
Openluchtmuseum de Locht Broekhuizerdijk 16d 5962 NM Melderslo
Open: april t/m oktober 10.00 u. - 17.00 u.;
november t/m maart woensdag , zaterdag, zondag 10.00 u. - 17.00 u.
T 077-3987320 (best bereikbaar van 09.00 tot 12.00 u.)
info@delocht.nl - www.delocht.nl/