Copy
MUSEUM GESLOTEN MAAR NIET OP SLOT

Zoals bekend is het museum voorlopig gesloten. Alle vrijwilligers van de Locht missen het museum, de bezoekers en elkaar.
Zolang als het museum gesloten is vertellen vrijwilligers elkaar verhalen via e-mail, verhalen over het leven van toen, op het Noord-Limburgse platteland en het heden tot en met de moderne agri-business.

Bij een museum horen verhalen. Wij vertellen u graag enkele van deze verhalen.
Deze aflevering drie mooie verhalen. 
* Balgooien
* Hondenkar
* Kruidenierswinkeltje
Balgooien

Zondag na carnaval was het balgooien.

Op zondag, na de Hoogmis, gooiden de pas getrouwde stellen van het afgelopen jaar, snoepjes en sinaasappelen uit het raam. Ik kan je vertellen, dat waren in die jaren, toen ik nog jong was, wel acht à tien paren in een dorp. Alle kinderen renden van huis naar huis, soms van de ene naar de andere kant van het dorp. Natuurlijk hadden we een zo groot mogelijke tas bij ons waar veel lekkers in kon, tenminste, als je groot genoeg en brutaal genoeg was, om snoep te grijpen en te rapen. Bij de meeste mensen mochten de kleintjes vooraan staan en de groten achteraan.

Thuis gekomen ging al het snoep en de sinaasappelen in de vastenpot en wanneer het zondag was mochten we daar ieder iets uit nemen. Niet te veel want moeders hield een oogje in het zeil, het was natuurlijk voor de hele vastentijd. Deze woorden van mijn moeder heb ik altijd goed onthouden: snoepen is niet nodig maar op de boerderij waar hard gewerkt moet worden, kun je niet vasten. Wel aten we vrijdags kaas op het brood en vis bij het middageten. Op zondag was de vastenpot weer aan de beurt.

Gerd Alards

Naschrift: Tot ongeveer 20 jaar geleden was het gebruikelijk, dat echtparen die in het voorgaande jaar getrouwd waren, op de eerste zondag van de vasten, vanuit hun slaapkamerraam fruit, vijgen en snoepjes naar kinderen, die “bal-bal-bal” stonden te roepen, gooiden. Deelname was dan wel niet verplicht, maar je eraan onttrekken werd door de dorpsgemeenschap niet op prijs gesteld. Het is een gebruik, dat behalve in enkele Horster kerkdorpen nergens in de wijde omtrek voorkomt. Er is weinig bekend over de oorsprong van het balgooien. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw werd het balgooien van de pasgehuwden gekoppeld aan het balgooien van het Boerenbruidspaar Vanaf die tijd gooiden ze in Melderslo fruit en snoepgoed vanaf de trappen vóór de kerk, naar de jeugd.
Hondenkar

Een hondenkar is een kleine kar die wordt getrokken door een hond of een span honden. Uit afbeeldingen is bekend dat de hond in Nederland al in de 17e eeuw een bepaald soort wagentjes voorttrok. In de 19e en het begin van de 20e eeuw worden honden vaak gebruikt als trekdier. In het straatbeeld zag je de volgeladen hondenkar voorbijkomen. De bakker vervoerde meel, de groenteboer, slager, visboer en eierhandelaar vervoerden hun koopwaar op deze manier naar de markt. De hond was een trekdier voor arme kooplui en ambachtsmannen. Een paard was natuurlijk vele malen sterker, maar onbetaalbaar.

Honden werden trouwens ook gebruikt om ploegen en zelfs trekschuiten te trekken. Het dier was goedkoop en stelde geen hoge eisen aan voeding, onderkomen of verzorging. De hond eet immers wat de pot schaft, etensresten, brood, groenten en slachtafval. Om de hond voor de kar te spannen had men een tuig (of “getuig”) nodig. Het tuigmateriaal bestond hoofdzakelijk uit riemen, die op een bepaalde wijze aan elkaar werden vastgemaakt. Bekend is dat bepaalde honden voor de hondenkar een zogenaamde hondenhaam droegen. Dit is een soort juk om de nek van het dier. Het is te vergelijken met de hamen die bij paarden gebruikt worden en zo ingespannen staan vóór de prachtig versierde koetsen en wagens.

Verschillende hondenrassen waren favoriet als trekdier, Bouviers, Deense doggen, Duitse herders en Groenendalers. Wie geen geld had nam een bastaardhond. In Nederland is het gebruik van een hond als trekkracht sinds 1963 verboden. Er is een vrijstellingsmogelijkheid voor de sledehondensport. In Denemarken was het werken met de hondenkar niet toegestaan. Ook in Parijs en Engeland werd het al in de 19e eeuw verboden om de hond als trekhond in te zetten.

Museumstuk: ca 1925 - groen met bruin geschilderd.

Theo Smits, Marian Claassen
Het kruidenierswinkeltje

Soms loop ik op de zolder van de oude boerderij door het ambachtenstraatje. Ik mijmer en heb allerlei gedachten over vroeger. Bij het kruidenierswinkeltje blijf ik wat langer staan. Die plek roept sterke herinneringen aan vroeger op.

Mijn opa had twee broers, Wullemoom en Nalisoom. Deze broers Christiaens waren vrijgezel en bestierden een kruidenierswinkel aan de Venrayse weg. Wullemoom was sneejer, oftewel kleermaker, én hij stond in de winkel. Nalisoom werkte achter en regelde het huishouden. Ze hadden ook enkele varkens en kippen.

Als schoolkind, eind jaren veertig, moest ik wel eens een boodschap doen bij de kruidenier. Ik herinner me dat belletje (“tingel”), als je de deur van de winkel open deed. Het rook er lekker naar koffie, koekjes en tabak. Er stonden grote bakken, met meel, suiker en koffie, met van die houten scheppen er in. Ook koekblikken met deksels met zo’n groot rond kijkgat, en grote glazen potten met snoepjes.

We wachtten bij de toonbank. Wullemoom kwam dan uit een zijkamer aansloffen. In die zijkamer zat hij te sneejeren. Wullemoom was een klein dik mannetje, met een zwart vestje aan. En om zijn nek hing zijn centimeter, het meetlint. We kregen van hem altijd een snoepje of koekje, want hij wist dat we nog zeker een half uur moesten lopen naar huis. En meestal kwam Nalusoom uit de donkere keuken om even een kijkje te nemen en om ons te groeten. Nalusoom liep altijd op klompen en had een beetje vies jasje aan. Het waren vriendelijke ooms, grootooms eigenlijk.

Jaren later heeft een broer van mijn moeder, Bert Christiaens, het winkeltje overgenomen. Hij was bakker en heeft er jaren later een nieuwe winkel van gemaakt. Vele jaren daarna is die winkel overgegaan in café de Noordsingel. Dat café is ook al weer jaren geleden gesloten.

Het is allemaal lang geleden, maar ik bewaar er fijne herinneringen aan.

Leen Keijsers-Jakobs
Ga voor meer verhalen
en voor een abonnement op de verhalenbrief
naar de website:
VERHALEN
Openluchtmuseum de Locht Broekhuizerdijk 16d 5962 NM Melderslo
Open: april t/m oktober 10.00 u. - 17.00 u.;
november t/m maart woensdag , zaterdag, zondag 10.00 u. - 17.00 u.
T 077-3987320 (best bereikbaar van 09.00 tot 12.00 u.)
info@delocht.nl - www.delocht.nl/