Copy
HET MUSEUM GAAT WEER OPEN!

Woensdag 17 juni gaat het museum weer open. Dat is goed nieuws! In het weekend van 13 juni gaan we proefdraaien met onze eigen vrijwilligers.
Voorlopig zijn we alleen open op woensdag- zaterdag- en zondagmiddag. Bezoekers worden geacht vooraf te reserveren, dat kan telefonisch of via de website. Op die manier kunnen we het aantal bezoekers volgens de voorschriften reguleren. Meer informatie in deze nieuwsbrief en op de website.
In deze nieuwsbrief:  
1. "Stroop maken", een verhaal Michel van Lier
2. Nieuws over de heropening van het museum
3. "Het varken op zolder", een verhaal van Nellie Lenssen
4. De nieuwe wisseltentoonstelling: "Jager versus Koopjesjager"
Stroop maken

Dampende ketels, knetterend vuur en de zoete geur van appels aangevuld met suikerbieten. Dat is het ambacht van stroop maken. Van ongeveer oktober tot februari/maart maken we in de Locht ook op deze manier ambachtelijk stroop, mede bepaald door het aanbod van suikerbieten en appels. Voor dit karwei zijn een aantal vrijwilligers tot meester-stroopmaker gepromoveerd.

Op zich is het proces simpel. Eerst alles wassen en snijden, dan kook je de suikerbieten en appels kapot, perst het sap eruit en laat dit vervolgens inkoken tot je stroop hebt. Meer is het niet. Maar oh.., wat is het lastig om dit goed onder de knie te krijgen. Om het vuur op de juiste temperatuur te houden, de pers niet te forceren en er vooral voor te zorgen dat de stroop niet te vroeg maar zeker ook niet te laat “van het vuur” gaat. Daarna wordt de stroop afgevuld in potjes.

Alles bij elkaar genomen toch een heel werk. Aan de stroop worden geen extra suikers toegevoegd! Men zegt, dat stroop een genezende invloed kan hebben op een koortslip en op aften in de mond. Regelmatig een boterham met stroop eten is heel gezond. Na de tweede wereldoorlog kreeg stroop concurrentie van luxe producten zoals hagelslag, pindakaas en jam. Rond 1866 waren er in Limburg zo'n 40 stroopstokerijen. Daarnaast werd door veel boeren zelf stroop gemaakt van appels die niet verkocht konden worden. Ieder bereidde stroop naar eigen recept.

Ook de stroop van de Locht wordt gemaakt naar ons eigen unieke recept en is een goed verkocht artikel in onze museumwinkel. “De lekkerste stroop komt van de Locht”. Het stroopmakershuisje in de Locht is altijd open, maar wanneer de meester-stroopmakers daar zelf, op ambachtelijke wijze, aan het werk zijn, is het meer dan een bezoek waard.

Mede namens mijn collega's, meester-stroopmakers, Michel van Lier
Heropening van het museum woensdag 17 juni

Na het succesvol proefdraaien op zaterdag 13 juni resp. zondag 14 juni, met onze eigen vrijwilligers als gast, gaat het museum weer open voor bezoekers en wel op woensdag 17 juni. We zijn blij dat we, voorlopig, op woensdag- zaterdag- en zondagmiddag onze gasten weer kunnen ontvangen.

Op deze dagen zijn wij geopend van 12.30 tot 17.00 uur en we heten je zo als vanouds van harte welkom ! Bezoekers moeten vooraf reserveren via de website (www.delocht.nl) of eventueel telefonisch (077-3987320). Ook museumkaarthouders, vrienden en vrijwilligers dienen een (gratis) ticket aan te schaffen.

We gaan werken met tijdsloten en u wordt verzocht om bij de reservering hier rekening mee te houden. Vanzelfsprekend houdt het museum zich aan de RIVM richtlijnen, het museumprotocol en de hygiëneregels.

De veiligheid van onze gasten en vrijwilligers staat voorop bij een bezoek aan ons museum. In het museum is aangepaste en veilige route aangegeven, zodat de diverse paviljoens bezocht kunnen worden en gebruik gemaakt kan worden van onze horeca en het terras.

Op deze zal ons huisorkest “Vurdewind” optreden.

Het varken op zolder

Op de bovenverdieping van de deel staat levensgroot een afbeelding van een geslacht varken, hangend aan een ladder. Mensen, vooral kinderen, staan soms met afgrijzen hiernaar te kijken. Als je vertelt dat van alle dieren, het inwendige van het varken nog het meest op dat van een mens lijkt, is dat in hun ogen moeilijk voor te stellen…! Voor mij roept de slacht van een varken veel herinneringen op.

Behalve het vlees, werd alles van het varken gebruikt! Bijvoorbeeld de blaas voor het maken van de foekepot, de rommelspot, een "muziekinstrument" dat je nodig had met Vastenavond. Het vel werd dan over een conservenblik gespannen en door een gat in het midden werd een rietstokje gestoken. Met Vastenavond gingen we zingend langs de deuren met de rommelspot. Door in je hand te spugen en over het stokje te wrijven, kreeg je dat typische rommelspot geluid. We zongen dan:

"k Heb geen geld om een broodje te kopen,
daarom moet ik met de rommelspot lopen.
Rommelspotterij, rommelspotterij,
geef me 'n cent en ga'k voorbij.


PS. Het was voor ons moeilijker om aan een blik te komen, dan aan een varkensblaas, ons moeder kocht nooit iets in blik! (goed bewaren dus)

Hoezo, een trauma?
Ik herinner mij, dat, als er bij ons thuis een varken werd geslacht, ik dat als kind toch een spannend iets vond. Staande op een stoel voor het keukenraam, volgde ik op afstand het hele gebeuren. Het varken werd door mijn vader met een touw aan de poot naar de stoep geleid, waar de slachter met spannende gereedschappen aan zijn riem, zijn werk deed.Die slachter was een typisch iemand. Alhoewel klein van stuk, was alles groot en zwart aan dat mannetje: zijn motor, zijn pet, zijn snor, zijn lange laarzen en lange schort. Alles wat hij deed moest snel, hij liep snel, praatte snel, werkte snel en was altijd wel in voor een "grapje".

Bij een volgende slachtpartij dacht ik, nu ben ik oud/groot genoeg om het hele schouwspel, net als mijn boers en zussen, van nabij mee te maken. Het beest had nog maar net het dodelijke schot gekregen, toen hij met een lang mes het varken in de keel stak, van waaruit het bloed in een emmer gutste. Meteen pakt de slachter mij bij de arm, stroopte mijn mouw op en gebood: “En nou kloppen, kloppen zeg ik en anders stolt het bloed”! Daar stond ik met mijn arm tot aan de oksel in dat warme bloed te kloppen, durfde niets te zeggen, niet tegen te sputteren! Menigeen zou denken dat ik daar een trauma aan had overgehouden. Zeker was ik geschrokken, maar op een boerderij met diverse beesten zag je zo veel. Bijvoorbeeld als een kip de kop werd afgehakt, sprong dat beest nog enkele keren wel een meter de hoogte in, spannend en komisch tegelijk.

“Welke stommerik haalt zoiets in zijn kop?” 
Als het dier geslacht was, werd het op een ladder gehangen. Het moest dan een nacht besterven tot het de volgende dag kon worden uitgebeend. Eerst moest dan de keurmeester zijn goedkeuring daarvoor geven. "We laten het varken buiten staan, daar is het koud", zei mijn vader en tegen mijn broer:"Sluit er maar een stroomdraad op aan, dan blijven de katten er van af". Normaal kondigde de keurmeester zijn bezoek aan en vroeg dan waar het varken stond. Nu stond ie gewoon buiten, het was nog vroeg in de morgen, de stroom was nog niet afgezet. Toen de man aankwam is hij direct gaan keuren en viel haast achterover van de schrik toen hij het beest aanraakte. Hij kwam vloekend en tierend binnen, was zich een ongeluk geschrokken. "Welke stommerik haalt zoiets zijn kop!" Later kwam hij altijd eerst vragen of de stroom uitgeschakeld was!

Varkensoor
Het uitbenen en al het vlees verwerken was een heel karwei. Er waren nog geen diepvriezers. Het fornuis stond vol potten en pannen om al het vlees te braden dat moest worden ingeweckt ( conserveren in glazen potten). Er werd worst gedraaid, spek en ham in houten kuipen ingepekeld in de kelder, enz enz. Ik herinner mij dat de slachter, het haastige mannetje, de “moor” ( soort fluitketel) van het fornuis pakte, maar hij kon met het terugzetten niet direct het deksel vinden en legde toen maar een varkensoor op de ketel! Dat deed ons moeder nooit! De slachter vroeg mij 'n keer : "Heb jij wel eens varkenspootjes gehad?" "Ja", zei ik. "Kon je toen hard lopen?"

Nellie Lenssen

Ga voor meer verhalen
en voor een abonnement op de verhalenbrief
naar de website:
VERHALEN

Tentoonstelling: "Jager versus Koopjesjager"

Vanaf de opening kunt u onze nieuwe tentoonstelling bezoeken "Jager versus Koopjesjager". We jagen op koopjes en welvaart. Voor de toekomst van onze kinderen zouden we meer moeten leven als jager, in harmonie met onze omgeving.

Onze voorgangers, jagers, leefden van wat de natuur hen gaf op hun tochten door het landschap, zoals bijvoorbeeld bessen, honing, noten, insecten en andere kleine dieren. Jagers werden boeren waardoor ze vaste woonplaatsen kregen. Ze omringden zich met gewassen en dieren om van te leven. Zo hebben onze voorgangers vele eeuwen geleefd, in harmonie met de natuur.

Al 200 jaar geleden probeerde boeren de productie te verhogen. Die ontwikkeling kwam in een stroomversnelling door de invoering van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Toenemende groei van consumptie in een steeds welvarender wereld was het nieuwe perspectief.

Pas in de zeventiger jaren van de vorige eeuw beseft men dat er grenzen zijn aan groei, in toename van de wereldbevolking, industrialisatie, voedselproductie, uitputting van grondstoffen en milieuvervuiling. De jagers en boeren van weleer zijn veelal consumenten geworden. We willen meer en meer… Steeds meer raken we er nu van overtuigd, dat ons consumentengedrag moet veranderen. Kunnen we de toekomst van iedereen waarborgen door slechts datgene te kopen, wat nodig is en wordt gemaakt met respect voor mens en milieu? Kunnen we op deze wijze de toekomst van onze kinderen waarborgen?

In deze tentoonstelling proberen we de ontwikkeling van zelfvoorziening tot bewuste consument te verbeelden.

Openluchtmuseum de Locht Broekhuizerdijk 16d 5962 NM Melderslo
Open: april t/m oktober 10.00 u. - 17.00 u.;
november t/m maart woensdag , zaterdag, zondag 10.00 u. - 17.00 u.
T 077-3987320 (best bereikbaar van 09.00 tot 12.00 u.)
info@delocht.nl - www.delocht.nl/